Bosspel
Levend stratego
Twee teams met geheime rangen proberen in het bos elkaars vlag te veroveren.
- Duur
- 1 u 30 min
- Deelnemers
- 16–80
- Begeleiders
- 4 of meer
- Licht
- Bij daglicht
Het doel
Verover de vlag van het andere team en breng hem naar je eigen kamp.
Zo leg je het uit
Het praatje voor de groep, in een minuut.
We spelen rood tegen blauw. Iedereen krijgt een kaartje met een rang, en dat kaartje laat je niemand van het andere team zien. Tik je iemand, dan lopen jullie samen naar de dichtstbijzijnde scheidsrechter: de hoogste rang wint, de verliezer haalt een nieuw kaartje in zijn eigen kamp. Onthoud drie dingen: de spion is de enige die de maarschalk verslaat, een bom kan alleen door de mineur worden opgeruimd, en wie de vlag van de ander in zijn eigen kamp brengt, wint.
Wat je nodig hebt
- Rangkaartjes per team in een eigen kleur: 1 maarschalk, 1 generaal, 2 kolonels, 3 majoors, 4 kapiteins, 4 luitenants, 4 sergeanten, 5 mineurs, 8 verkenners, 1 spion, 6 bommen — per 20 spelers, verhoudingsgewijs aanvullen
- Een vlag per team, minstens een A4 groot
- Lintjes of hesjes in twee kleuren
- Afzetlint voor de twee kampen en voor de middenlijn als er geen pad is
- Een fluitje en een horloge voor elke scheidsrechter
- Plastic hoesjes voor de kaartjes: bosgrond is altijd nat
Wat je vooraf regelt
Zoek een stuk bos met een duidelijke middenlijn — een pad is ideaal, anders span je lint. Zet aan weerszijden een kamp uit van zo'n 15 bij 15 meter, ver genoeg van de lijn dat verdedigen niet het hele spel is. Leg per kamp een stapel kaartjes klaar, geschud en omgekeerd, en maak afspraken over de buitengrens: een sloot, een weg of een afrastering die niemand mag passeren. Leg de regels uit bij de accommodatie, met een kaartje in de hand, niet pas in het bos.
Zo zet je het terrein uit
Bos · 80 × 60 m · 93 onderdelen
Wat heb je nodig
Wie van de leiding waar staat
- Een scheidsrechter bij de kaartjesbank of het midden van de middenlijn.
- Twee scheidsrechters verderop langs de middenlijn, één aan elke kant van het bos.
- Eén kampbewaker per kamp die de kaartjes uitdeelt en de vlag in de gaten houdt.
Zo verloopt het
- Beide teams zetten hun vlag in hun eigen kamp, zichtbaar vanaf minstens drie meter. Ingraven of in een boom hangen mag niet.
- Iedereen pakt een kaartje van de stapel en gaat het bos in. Het kaartje zit in een zak of hoesje, niet in je hand.
- Tik je een tegenstander, dan lopen jullie samen naar de dichtstbijzijnde scheidsrechter en laten jullie daar je kaartjes zien. De hoogste rang wint; bij gelijke rang verliezen beiden.
- De verliezer geeft zijn kaartje aan de scheidsrechter en loopt terug naar het eigen kamp voor een nieuw kaartje. Wie een bom tikt, verliest altijd — behalve de mineur, die de bom opruimt.
- De spion verslaat de maarschalk, maar alleen als de spion tikt. Wordt de spion getikt, dan verliest hij van iedereen.
- Heb je de vlag in handen, dan mag je hem alleen dragen, niet gooien of doorgeven. Wordt de vlagdrager getikt en verliest hij, dan gaat de vlag terug naar zijn kamp.
- Het spel is voorbij als een vlag in het andere kamp ligt, of na de afgesproken tijd. Dan wint het team dat de meeste kaartjes van de ander bij de scheidsrechters heeft laten achterlaten.
Varianten
- Zet een kaartjesbank in het midden: daar ruil je je kaartje tegen een willekeurig nieuw kaartje, zonder het eerst te laten zien.
- Speel met drie teams in een driehoek. Het spel blijft langer open, want wie aanvalt laat zijn eigen kamp kwetsbaar achter.
- Voor groep 7 en 8: laat de spion en de bommen weg en speel met vijf rangen. Dat is overzichtelijk en er wordt minder gediscussieerd.
- In de schemering: rangen op een lampje met gekleurde folie. De scheidsrechter schijnt en leest af.
Veiligheid en afspraken
- Tikken is aanraken op schouder of rug. Vastpakken, trekken of tackelen is uit.
- Spreek een eindsignaal af dat door het hele bos te horen is — drie lange fluitstoten — en een verzamelpunt bij de accommodatie.
- Tel de groep voor en na het spel. Laat niemand alleen buiten het speelveld komen.
- Controleer het terrein vooraf op sloten, prikkeldraad en afgebroken takken op ooghoogte.
Tips van de leiding
- Het spel staat of valt met de scheidsrechters. Zet ze op vaste plekken waar het druk is — bij de middenlijn — en laat ze niet rondlopen.
- Laat elk team vijf minuten een plan maken voordat het fluitsignaal klinkt: wie verdedigt, wie valt aan, waar gaat de spion heen.
- Maak de kaartjes van karton in een lamineerhoesje. Een nat kaartje waarop je de rang niet meer kunt lezen levert gegarandeerd ruzie op.
Na afloop
Verzamel bij de accommodatie, tel de groep en laat de scheidsrechters hun kaartjes tellen. Vraag daarna aan beide teams wat hun plan was — dat gesprek is vaak de leukste tien minuten van het spel.
Reviews van leerkrachten
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Past er goed bij
Voor dezelfde groep en hetzelfde terrein, maar een ander soort spel of dagdeel.
Met coördinaten en een telefoon van punt naar punt, waar steeds een nieuwe aanwijzing ligt.
- Soort
- Puzzeltocht
- Duur
- 2 uur
- Aantal deelnemers
- 4–100
- Terrein
- Bos, Dorp of stad
Sluipspel
donkerIn het donker ongezien naar een lichtje sluipen, terwijl de leiding met zaklampen wacht.
- Soort
- Nachtspel
- Duur
- 45 min
- Aantal deelnemers
- 8–60
- Terrein
- Bos, Veld
Een rij geblinddoekte deelnemers wordt zonder woorden door één ziende door het terrein geleid.
- Soort
- Kennismaking
- Duur
- 30 min
- Aantal deelnemers
- 6–40
- Terrein
- Bos, Veld